ECLI:NL:RBSHE:2007:AZ7210
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Schorsing bestuurlijke boete wegens onvoldoende bewijs werkgeverschap bij inzet buitenlandse arbeidskrachten
Verzoekster ontving op 3 oktober 2006 een bestuurlijke boete van €104.000 wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), omdat zij vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning zou hebben laten werken. Verzoekster betwistte dat zij als werkgever kon worden beschouwd van de op haar bedrijf aangetroffen Poolse arbeidskrachten, die volgens haar in dienst waren van een andere onderneming die was ingeschakeld voor het oogsten van champignons.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het boeterapport onvoldoende concrete feiten en omstandigheden bevat om te concluderen dat sprake is van werkgeverschap door verzoekster. Het rapport was gebaseerd op summiere verhoren van slechts vier van de betrokken personen, zonder duidelijke beantwoording van de vraag van wie zij opdrachten ontvingen. De stelling van verweerder dat deze personen niet naar waarheid zouden verklaren, rechtvaardigde het achterwege laten van nader verhoor niet.
Daarnaast werd het boeterapport pas bijna tien maanden na de geconstateerde feiten opgemaakt, wat strijdig is met artikel 18b, eerste lid, van de Wav en het gewicht van het rapport vermindert. Gezien de onvoldoende onderbouwing en het gebrek aan diepgaand onderzoek achtte de voorzieningenrechter het waarschijnlijk dat het besluit in de bodemprocedure geen stand zal houden en schorste daarom het besluit.
Verder werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en werd het door verzoekster betaalde griffierecht vergoed. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het besluit tot oplegging van een bestuurlijke boete van €104.000 wordt geschorst wegens onvoldoende bewijs van werkgeverschap.