ECLI:NL:RBSHE:2005:AT3148
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.H.C.M. Schoemaker
- M.T. van Vliet
- A.V. Rijneke
- Rechtspraak.nl
Afwijzing inzage studioverhoor persoonsgegevens minderjarige zoon
Eiser verzocht om inzage in het proces-verbaal van een studioverhoor van zijn minderjarige zoon in een strafrechtelijke procedure wegens verdenking van seksueel misbruik. Dit verzoek werd door de officier van justitie geweigerd op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp), met name vanwege het belang van de privacy van de zoon en het ontbreken van relevantie voor de strafzaak die was geseponeerd.
Eiser stelde beroep in tegen dit besluit. De rechtbank oordeelde dat eiser ten tijde van de behandeling van het beroep niet langer bevoegd was het ouderlijk gezag uit te oefenen, waardoor hij geen procesbelang meer had voor het verzoek namens zijn zoon. Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard voor dit deel. Voor het verzoek inzake zijn eigen persoonsgegevens oordeelde de rechtbank dat de belangenafweging van verweerder niet zodanig onevenwichtig was dat het besluit moest worden vernietigd.
De rechtbank benadrukte het belang van de bescherming van de privacy van de minderjarige en wees op het feit dat het studioverhoor zeer gevoelige informatie bevat. Ook werd meegewogen dat het openbaar ministerie niet behoort te faciliteren in civielrechtelijke geschillen tussen ouders. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard voor het verzoek tot inzage van eigen persoonsgegevens.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank 's-Hertogenbosch op 31 maart 2005. Partijen werd de mogelijkheid geboden om binnen zes weken hoger beroep in te stellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Beroep niet-ontvankelijk voor inzage persoonsgegevens zoon en ongegrond voor eigen persoonsgegevens.