ECLI:NL:RBSGR:2012:BY8785
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R. Sipkens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting vreemdelingenbewaring met zicht op uitzetting naar Zuid-Soedan
Eiser is sinds februari 2012 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen de voortzetting van deze maatregel en vordert opheffing van de bewaring en toekenning van schadevergoeding.
De rechtbank beoordeelt of de voortgezette vrijheidsontneming gerechtvaardigd is. Verweerder heeft toegelicht dat sinds november 2011 zeven aanvragen voor laissez-passer (LP) bij de Zuid-Soedanese autoriteiten zijn ingediend, waarvan vier presentaties in persoon hebben plaatsgevonden, maar nog geen LP’s zijn afgegeven. De rechtbank oordeelt dat deze periode nog niet lang genoeg is om het zicht op uitzetting te ontkennen en dat eiser onvoldoende actief meewerkt.
Eiser stelt dat zonder recente afgegeven LP’s geen zicht op verwijdering bestaat, maar de rechtbank volgt dit niet. Ook het verwijt dat verweerder onvoldoende voortvarend heeft gehandeld wordt verworpen, aangezien regelmatig contact en rappelleren heeft plaatsgevonden.
De rechtbank ziet geen grond om de vrijheidsontnemende maatregel te beëindigen of schadevergoeding toe te kennen en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen voortzetting van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.