Uitspraak

Rechtbank 's-Gravenhage
De zorgaanbieder RRR maakte bezwaar tegen het zorginkoopbeleid van Achmea voor AWBZ-zorg in 2013, waarin een tariefopslag van 2% wordt toegekend aan zorgaanbieders die gemiddeld minimaal 33 sterren scoren op het cliëntervaringsonderzoek. RRR stelde dat zij aan dit criterium voldeed op basis van een eigen CQ-rapportage, maar Achmea baseerde de beoordeling uitsluitend op de sterrenscores uit het Openbaar Databestand VVT.
De rechtbank oordeelde dat Achmea geen aanbestedende dienst is en dat de inkoopprocedure wordt beheerst door redelijkheid en billijkheid. RRR had haar bezwaren niet tijdig kenbaar gemaakt, terwijl het inkoopdocument duidelijk maakte dat onduidelijkheden uiterlijk 25 juni 2012 gemeld moesten worden. Hierdoor had RRR haar recht om te klagen verwerkt.
Daarnaast vond de rechtbank dat het gehanteerde systeem van sterrenscores het enige objectieve en verifieerbare systeem is om de kwaliteit van zorg te vergelijken. De toepassing van het criterium was niet onredelijk, ook niet gezien de bijzondere positie van RRR. Het verzoek tot toekenning van de tariefopslag werd daarom afgewezen en RRR werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van de zorgaanbieder af en veroordeelt haar in de proceskosten.
