ECLI:NL:RBSGR:2012:BY6867
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende motivering over geloofsbekering en asielrelaas
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder om zijn asielaanvraag af te wijzen. De rechtbank heeft het onderzoek heropend en verweerder in de gelegenheid gesteld een aanvullend besluit te nemen. De rechtbank oordeelt dat verweerder zich niet redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat het asielrelaas van eiser geen positieve overtuigingskracht heeft, mede omdat de vermeende tegenstrijdigheden in de verklaringen van eiser niet overtuigend zijn en verweerder onvoldoende doorvroeg.
Daarnaast heeft de rechtbank geoordeeld dat verweerder zich ook niet redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat de bekering van eiser tot het christendom ongeloofwaardig is. Verweerder heeft onvoldoende rekening gehouden met het feit dat eiser analfabeet is en de Nederlandse taal niet machtig is, en heeft onvoldoende gemotiveerd waarom bepaalde kennis van het christendom redelijkerwijs van eiser verwacht mocht worden.
Het beroep op artikel 3 EVRM Pro en de Definitierichtlijn faalt omdat eiser onvoldoende feiten aannemelijk heeft gemaakt over het risico bij terugkeer naar Afghanistan. De rechtbank vernietigt de bestreden besluiten en beveelt verweerder een nieuw besluit te nemen, waarbij verweerder wordt geadviseerd een op zichzelf staand voornemen uit te brengen zonder verwijzingen naar eerdere stukken. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het afwijzende besluit en beveelt een nieuw besluit te nemen waarin het asielrelaas en de bekering van eiser positief worden beoordeeld.