ECLI:NL:RBSGR:2012:BY2938
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen inbewaringstelling vreemdeling met emigrantstatus Cuba
Eiser is op 3 november 2012 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij betoogde dat er geen zicht is op uitzetting vanwege zijn emigrantstatus, onderbouwd met een brief van de Cubaanse consul.
Verweerder stelde dat er wel zicht is op uitzetting, onder meer vanwege de aanstaande komst van een nieuwe consul-generaal en mogelijke versoepeling van de Cubaanse immigratiewetgeving. De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom sprake zou zijn van zicht op uitzetting, mede omdat geen contact met de Cubaanse vertegenwoordiging was gezocht.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en beval de opheffing van de inbewaringstelling met ingang van 13 november 2012. Hoewel eiser aanspraak maakte op schadevergoeding wegens onrechtmatige bewaring, matigde de rechtbank deze tot nihil vanwege zijn langdurige illegale verblijf en de emigrantstatus die terugkeer bemoeilijkt.
Verweerder werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 874,00 aan eiser. De uitspraak werd gedaan door rechter T. van de Woestijne in aanwezigheid van griffier P. Bijen.
Uitkomst: Het beroep tegen de inbewaringstelling wordt gegrond verklaard en de bewaring wordt opgeheven met ingang van 13 november 2012.