ECLI:NL:RBSGR:2012:BX6545
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning regulier onder beperking verblijf bij echtgenote met terugwerkende kracht toegestaan
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, kreeg een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking verblijf bij echtgenote. Deze vergunning werd met terugwerkende kracht ingetrokken per 26 januari 2011 vanwege het niet langer voldoen aan de voorwaarden, met name het ontbreken van voldoende middelen van bestaan. Eiser stelde dat dit besluit in strijd was met artikel 20 VWEU Pro, artikel 8 EVRM Pro, het IVRK en het Handvest van de grondrechten van de EU.
De rechtbank overwoog dat de situatie van eiser niet gelijk is aan de casus Ruiz Zambrano en dat verweerder terecht oordeelde dat geen schending van artikel 20 VWEU Pro plaatsvond. De kinderen konden bij de Nederlandse echtgenote verblijven en werden niet gedwongen het grondgebied van de Unie te verlaten. Ook was sprake van gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro, maar de inmenging door intrekking van de vergunning was gerechtvaardigd vanwege het economisch belang en het feit dat het gezin een beroep deed op de publieke kas.
Verder stelde de rechtbank dat het terugwerken van de intrekking tot de datum waarop niet meer aan de voorwaarden werd voldaan, past binnen het stelsel van de Vreemdelingenwet. De arbeidsovereenkomst die eiser later sloot, doet niet af aan het feit dat hij vanaf 26 januari 2011 niet voldeed aan de voorwaarden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De intrekking van de verblijfsvergunning met terugwerkende kracht is rechtmatig en het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard.