ECLI:NL:RBSGR:2012:BX6435
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.J.A.M. Ahsmann
- Rechtspraak.nl
Uitleg vaststellingsovereenkomst en afwijzing beroep op zaaksvervanging voor Rabogelden
In deze zaak staat de uitleg van een vaststellingsovereenkomst uit 2001 centraal, waarin partijen afspraken maakten over kwijting en overdracht van rechten met betrekking tot een hypothecaire geldlening en gerelateerde vorderingen. Aalingshoven vordert dat gedaagde meewerkt aan uitbetaling van zijn aandeel in een schade-uitkering, de zogenaamde Rabogelden, die voortvloeien uit een aansprakelijkstelling van de Rabobank als assurantietussenpersoon.
Gedaagde voert verweer dat de vaststellingsovereenkomst geen overdracht van deze vordering beoogde en dat de Rabogelden niet kunnen worden beschouwd als een vervangend goed voor het pand onder artikel 3:229 BW Pro. De rechtbank oordeelt dat de opschortende voorwaarde in de overeenkomst juist impliceert dat door betaling de overdracht van rechten aan Aalingshoven ontstond, maar dat de Rabogelden niet onder de bedoelde vorderingen tot vergoeding vallen omdat het causaal verband met het pand te ver verwijderd is.
De rechtbank stelt vast dat de Rabobank en Interpolis verschillende entiteiten zijn en dat de vordering op de Rabobank niet expliciet in de overeenkomst is opgenomen. De vordering van Aalingshoven wordt daarom afgewezen, en zij wordt veroordeeld tot terugbetaling van het aandeel van gedaagde in de Rabogelden, vermeerderd met wettelijke rente, en in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van Aalingshoven af en veroordeelt haar tot terugbetaling van het aandeel van gedaagde in de Rabogelden met rente.