ECLI:NL:RBSGR:2012:BX6387
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling legesverhoging en geldigheidsduur verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Eiser, houder van de Kaapverdische nationaliteit, diende op 16 augustus 2011 een aanvraag in tot verlenging van zijn verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, die geldig was van 19 november 2006 tot 19 november 2011. Verweerder bracht een verhoogd legesbedrag van € 375,00 in rekening, conform een ministeriële regeling die per 1 juli 2011 in werking trad. Eiser stelde dat zijn vergunning een geldigheidsduur van vijf jaar moest hebben en dat de verhoging van het legesbedrag onrechtmatig was.
De rechtbank oordeelde dat de wetgever op grond van het Vreemdelingenbesluit 2000 een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd maximaal voor één jaar kan verlenen, met enkele uitzonderingen die niet op eiser van toepassing zijn. Het eerdere vijfjarige verblijf was abusievelijk verleend, maar dit verplichtte de minister niet tot eenzelfde termijn. De verhoging van het legesbedrag werd gerechtvaardigd door uitzonderingsgronden zoals reparatieregelgeving en implementatie van Europese richtlijnen, waardoor de invoeringstermijn van twee maanden mocht worden overschreden.
Verder concludeerde de rechtbank dat verweerder terecht van de hoorplicht kon afzien omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de legesverhoging en verlenging van de verblijfsvergunning zijn rechtmatig.