ECLI:NL:RBSGR:2012:BX3162
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende inspanningen vertrek en geen duurzaam verbod uitzetting
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, verblijft al tien jaar zonder verblijfsvergunning in Nederland en heeft meerdere asielaanvragen gedaan die telkens zijn afgewezen op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag. De huidige zaak betreft de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank beoordeelt of er sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden die een hernieuwde toetsing rechtvaardigen.
De kern van het geschil is of eiser voldoende inspanningen heeft verricht om te vertrekken naar Pakistan, een ander land dan zijn land van herkomst. Hoewel eiser een bezoek aan de Pakistaanse ambassade bracht, heeft hij nagelaten een schriftelijke toelatingsaanvraag in te dienen en geen pogingen gedaan om identiteitsdocumenten te verkrijgen die daarvoor noodzakelijk zijn. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat eiser onvoldoende inspanningen heeft verricht.
Verder stelt eiser dat het disproportioneel is hem nog langer een verblijfsvergunning te onthouden, verwijzend naar het ACVZ-advies en eerdere jurisprudentie. De rechtbank volgt echter de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat het langdurig onthouden van een vergunning aan 1F-ers niet per definitie disproportioneel is, zeker niet zonder duurzaam verbod op uitzetting op grond van artikel 3 EVRM Pro.
Omdat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat artikel 3 EVRM Pro zich duurzaam tegen zijn uitzetting verzet, behoeft de proportionaliteitstoets niet te worden toegepast. Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro wordt niet inhoudelijk beoordeeld. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.