ECLI:NL:RBSGR:2012:BX2903
Rechtbank 's-Gravenhage
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter in ontnemingsprocedure na hoofdzaak
Verzoeker heeft een schriftelijk wrakingsverzoek ingediend tegen de voorzitter van de meervoudige kamer die de ontnemingsvordering tegen hem behandelt. Hij stelde dat de rechter die ook deel uitmaakte van de meervoudige kamer in de hoofdzaak, zich in het vonnis uitvoerig had uitgelaten over zijn vermogenspositie, waardoor de schijn van vooringenomenheid was gewekt.
De wrakingskamer heeft het verzoek behandeld en geoordeeld dat het feit dat dezelfde rechter in beide procedures optreedt niet automatisch leidt tot een schending van het recht op een onpartijdig tribunaal zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. De toets in de ontnemingsprocedure is immers anders en beperkt zich tot het vaststellen van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
De rechtbank heeft in het vonnis in de hoofdzaak slechts een gemotiveerd oordeel gegeven over de bewezenverklaring en de verweren van verzoeker, zonder vooruit te lopen op de ontnemingsbeslissing. De vrees voor vooringenomenheid is daarom niet objectief gerechtvaardigd.
De wrakingskamer heeft het verzoek tot wraking dan ook afgewezen en bepaald dat de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter in de ontnemingszaak is afgewezen wegens gebrek aan objectief gerechtvaardigde schijn van vooringenomenheid.