ECLI:NL:RBSGR:2012:BX2426
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen overdracht asielzoeker aan Frankrijk ondanks risico artikel 3 EVRM
Verzoeker, van Vietnamese nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om zijn asielaanvraag niet in Nederland te behandelen maar over te dragen aan Frankrijk op grond van de Dublin-verordening. Hij stelde dat overdracht aan Frankrijk een reëel risico inhoudt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro, verwijzend naar een arrest van het EHRM (I.M. tegen Frankrijk) waarin werd geoordeeld dat de versnelde procedure in Frankrijk niet voldeed aan artikel 3 en Pro 13 EVRM.
De rechtbank heeft onderzocht of verzoeker aannemelijk heeft gemaakt dat hij in een vergelijkbare situatie als I.M. terechtkomt, waarbij met name detentie en versnelde procedure zonder voldoende rechtsmiddelen een rol speelden. Verzoeker gebruikte een alias bij zijn visumaanvraag, maar er is geen sprake van opzettelijke fraude zoals bedoeld in de Franse wetgeving die leidt tot versnelde procedure. Ook is niet gebleken dat detentie dreigt bij overdracht.
De rechtbank concludeert dat verzoeker geen concrete aanwijzingen heeft geleverd die het Nederlandse vertrouwensbeginsel in de naleving van internationale verplichtingen door Frankrijk doorbreken. Verweerder heeft voldoende onderbouwd dat de overdracht niet in strijd is met artikel 3 EVRM Pro en dat het verzoek om het asielverzoek aan zich te trekken terecht is afgewezen.
Daarom verklaart de voorzieningenrechter het beroep ongegrond en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van verzoeker tegen de overdracht aan Frankrijk wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.