ECLI:NL:RBSGR:2012:BX0739
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsdocument op grond van niet-reëel verblijf in Duitsland
Eiser, een Marokkaanse gemeenschapsonderdaan, verzocht om een verblijfsdocument op grond van het EU-recht vanwege verblijf bij zijn echtgenote (referente) die de Nederlandse nationaliteit heeft. Referente verbleef echter hoofdzakelijk in Nederland, werkte daar en hield haar hoofdverblijf aldaar, terwijl zij slechts de weekenden in Duitsland doorbracht met eiser.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht heeft vastgesteld dat er geen sprake was van reëel en daadwerkelijk verblijf van referente in Duitsland, zodat eiser geen verblijfsrechten kon ontlenen aan het Unierecht. De analoge toepassing van Richtlijn 2004/38/EG was in deze situatie niet aan de orde.
Eisers beroep werd deels niet-ontvankelijk verklaard wegens intrekking van een eerder besluit en voor het overige ongegrond. De rechtbank wees tevens het beroep op het gelijkheidsbeginsel af wegens onvoldoende onderbouwing. Proceskosten werden toegewezen aan eiser voor het ingetrokken besluit.
Tenslotte werd het verzoek tot terugbetaling van leges afgewezen wegens te late indiening. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank 's-Gravenhage op 9 juli 2012.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestreden besluit wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen het ingetrokken besluit niet-ontvankelijk.