ECLI:NL:RBSGR:2012:BX0210
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en toekenning schadevergoeding wegens onrechtmatige vreemdelingenbewaring zonder rechtmatig terugkeerbesluit
Verzoeker werd op 28 augustus 2011 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Tegen deze maatregel stelde hij beroep in, dat op 22 september 2011 ongegrond werd verklaard. Later werd het terugkeerbesluit waarop de bewaring was gebaseerd vernietigd, waarna verzoeker een nieuw beroep instelde en tevens een verzoek om herziening van de eerdere uitspraak deed.
De rechtbank oordeelde dat aan de voorwaarden van artikel 8:88 Awb Pro voor herziening was voldaan: het feit dat het terugkeerbesluit onrechtmatig was, was voor verzoeker niet bekend vóór de uitspraak van 22 september 2011, en indien de rechtbank hiervan op de hoogte was geweest, zou zij anders hebben geoordeeld. De rechtbank verklaarde het eerdere beroep alsnog gegrond en oordeelde dat de bewaring onrechtmatig was opgelegd.
Verder kende de rechtbank verzoeker een schadevergoeding toe over de periode van 28 augustus 2011 tot en met 22 september 2011, omdat over deze periode nog geen vergoeding was toegekend. De schadevergoeding werd vastgesteld op € 80 per dag, totaal € 2000. Tevens werden proceskosten van € 874 toegewezen aan verzoeker.
De uitspraak bevestigt dat de rechtmatigheid van een vrijheidsbeperkende maatregel mede afhankelijk is van een rechtmatig terugkeerbesluit en benadrukt het belang van een daadwerkelijk rechtsmiddel tegen beide besluiten. De rechtbank wijst erop dat de procedures voor terugkeerbesluit en bewaring niet parallel liepen, wat verzoeker niet kan worden aangerekend.
Tegen de herzieningsuitspraak staat geen hoger beroep open, maar tegen de herziene uitspraak kan binnen vier weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Verzoek om herziening toegewezen, beroep gegrond verklaard en schadevergoeding van € 2000 toegekend.