ECLI:NL:RBSGR:2012:BW9890
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot onmiddellijke invrijheidstelling wegens onrechtmatige detentie na overbrenging gevonniste persoon
Eiseres is in Noorwegen veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht jaar en zes maanden en heeft op grond van het Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen en de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen een verzoek ingediend tot overbrenging naar Nederland. De Noorse autoriteiten hebben dit verzoek formeel ingediend en de Nederlandse autoriteiten hebben ingestemd met de voortzetting van de straf in Nederland.
Eiseres vordert in kort geding haar onmiddellijke invrijheidstelling omdat zij stelt dat zij geen toestemming heeft gegeven voor haar overbrenging en dat haar detentie daardoor onrechtmatig zou zijn. Zij betoogt dat de handtekening op de verklaring vervalst is en dat zij onjuist is geïnformeerd over de voortzetting van haar straf in Nederland.
De rechtbank oordeelt dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de handtekening niet van haar is en dat zij niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij onjuist is geïnformeerd. De informatieverstrekking door de Noorse en Nederlandse autoriteiten is voldoende gebleken. De vordering tot onmiddellijke invrijheidstelling wordt daarom afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot onmiddellijke invrijheidstelling wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van onrechtmatige detentie.