ECLI:NL:RBSGR:2012:BW8930
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- A. van ’t Laar
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen intrekking verblijfsvergunning en oplegging inreisverbod
Verzoeker, een Turkse staatsburger met langdurig rechtmatig verblijf in Nederland, is veroordeeld tot een gevangenisstraf van dertien jaar en verblijft sinds 2005 in detentie. Verweerder heeft in april 2012 de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd ingetrokken en een inreisverbod van tien jaar opgelegd. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen totdat op het bezwaar is beslist.
De voorzieningenrechter beoordeelde of er sprake was van spoedeisend belang en oordeelde dat dit wel het geval was, mede omdat verzoeker tijdens detentie door het besluit niet kon deelnemen aan resocialisatiemogelijkheden. Verweerder stelde dat geen spoedeisend belang bestond omdat de detentie nog tot oktober 2013 zou duren, maar dit werd verworpen.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het primaire besluit onvoldoende gemotiveerd was omtrent de rechten van verzoeker op grond van Besluit nr. 1/80, waardoor nader onderzoek noodzakelijk is. Voorts werd geoordeeld dat het besluit kennelijk onrechtmatig is en dat een belangenafweging niet aan de orde is. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom toegewezen, waarbij verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen intrekking verblijfsvergunning en inreisverbod wordt toegewezen wegens kennelijke onrechtmatigheid van het besluit.