ECLI:NL:RBSGR:2012:BW7346
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting naar Zuid-Somalië
Eiser, een Somalische vreemdeling afkomstig uit Zuid-Somalië, werd op 12 mei 2012 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen deze bewaring en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank oordeelde dat hoewel de luchthaven van uitzetting Mogadishu is, de situatie in Mogadishu (buiten de luchthaven) zodanig onveilig is dat er sprake is van een reëel risico op ernstige schade zoals bedoeld in artikel 15 van Pro Richtlijn 2004/83/EG.
Verweerder stelde dat uitzetting mogelijk is via een vlucht naar Nairobi en vervolgens Mogadishu, waarna eiser over land verder zou kunnen reizen. De rechtbank achtte echter niet aannemelijk dat een veilige doorreis over land mogelijk is. Hierdoor ontbreekt zicht op daadwerkelijke uitzetting, waardoor de bewaring van eiser onrechtmatig is.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, beval opheffing van de bewaring per 30 mei 2012 en kende eiser een schadevergoeding toe van €1.435,00 voor de onrechtmatige bewaring. Tevens werden de proceskosten van €874,00 aan eiser toegekend. De uitspraak werd gedaan door rechter T. van de Woestijne en griffier W.S. Hooijmans-Gottschalk op 30 mei 2012.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, heft de bewaring op en kent schadevergoeding toe wegens onrechtmatige bewaring.