ECLI:NL:RBSGR:2012:BW7215
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering gedwongen aandelenovername minderheidsaandeelhouder wegens beperkte belangenschending
De zaak betreft een minderheidsaandeelhouder ([A.]) die vordert dat hij als beknelde minderheidsaandeelhouder wordt erkend en dat zijn aandelen in Emba B.V. gedwongen worden overgenomen op grond van artikel 2:343 BW Pro. [A.] stelt dat zijn belangen zijn geschaad door het onzorgvuldige ontslag als bestuurder en de verstoorde familieverhoudingen binnen het conglomeraat.
De rechtbank constateert dat [A.] slechts een zeer klein aandelenbelang (0,55%) heeft en dat dit geen substantieel vermogensbestanddeel vormt. Wel is vastgesteld dat het ontslagbesluit van 29 mei 2009 procedureel niet aan de maatstaven van redelijkheid en billijkheid voldeed, omdat [A.] niet persoonlijk was geïnformeerd over de vergadering. Een later ontslagbesluit van 3 december 2009 is echter wel rechtsgeldig.
Hoewel de rechtbank erkent dat [A.] in zijn belangen is geschaad door de gang van zaken en de verstoorde familieverhoudingen, acht zij deze schending niet van dien aard dat voortzetting van het aandeelhouderschap niet van hem kan worden gevergd. De rol van [A.] als bestuurder was beperkt en onbezoldigd, en zijn aandelenbelang gering. De vordering tot gedwongen overname wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: De vordering tot gedwongen overname van de aandelen wordt afgewezen wegens onvoldoende belangenschending.