ECLI:NL:RBSGR:2012:BW5841
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.D.J. van Reenen-Stroebel
- S.A. Steinhauser
- B. Dedden
- Rechtspraak.nl
Ongeval tijdens parachutespringen aangemerkt als dienstongeval voor beroepsmilitair
Eiser, een beroepsmilitair en sergeant-majoor bij het Korps Mariniers, liep tijdens een parachutesprong op een studiedag een breuk in bekken en heupgewricht op. Verweerder kwalificeerde het ongeval als bedrijfsongeval, terwijl eiser stelde dat het een dienstongeval betrof. De rechtbank toetste dit aan artikel 2 van Pro het Besluit AO/IV, dat onderscheid maakt tussen arbeidsongeschiktheid met dienstverband en invaliditeit met dienstverband, waarbij dienstongevallen onder bijzondere omstandigheden vallen.
De rechtbank stelde vast dat parachutespringen voor para-instructeurs niet valt onder de Militaire Basisvaardigheden (MBV), maar onder het onder oorlogsnabootsende omstandigheden in praktijk brengen van theoretisch onderwezen bekwaamheden valt. De sprong werd uitgevoerd met speciale uitrusting en met een verhoogd risico, mede doordat een nieuwe aanpassing van het MMS-systeem (ADD) werd getest. Dit maakt het karakter van de activiteit vergelijkbaar met oorlogstaken.
Verweerder had aangevoerd dat parachutespringen een MBV is en dat het ongeval daarom een bedrijfsongeval is, maar de rechtbank verwierp dit op basis van de Commandantenbrief en de specifieke aard van de sprong. De rechtbank oordeelde dat het ongeval moet worden aangemerkt als een dienstongeval, vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het ongeval van eiser tijdens parachutespringen wordt aangemerkt als dienstongeval en niet als bedrijfsongeval.