ECLI:NL:RBSGR:2012:BW4736
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatigheid verbod stage lopen vreemdeling zonder verblijfsstatus in MBO-opleiding
De zaak betreft een vreemdeling zonder geldige verblijfsstatus die een MBO-opleiding volgt en door het verbod op stage lopen geen diploma kan behalen. De Staat beroept zich op het koppelingsbeginsel uit de Wet arbeid vreemdelingen om het verbod te rechtvaardigen.
De rechtbank stelt vast dat het recht op onderwijs, zoals gewaarborgd in artikel 2 van Pro het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, ook het recht omvat om een opleiding met een diploma af te sluiten. Het verbod op stage lopen raakt dit recht in de kern en is daardoor disproportioneel.
De Staat heeft onvoldoende onderbouwd dat het verbod noodzakelijk is om het doel van het voorkomen van geworteldheid van vreemdelingen zonder verblijfsstatus te bereiken. De rechtbank wijst de vordering toe en verklaart het verbod onrechtmatig en buiten toepassing jegens eiser. Een schadevergoeding wordt afgewezen omdat de verklaring voor recht ertoe leidt dat eiser alsnog stage kan lopen en zijn diploma kan behalen.
Uitkomst: Het verbod op stage lopen voor vreemdelingen zonder verblijfsstatus is onrechtmatig en wordt buiten toepassing gelaten, waardoor eiser zijn diploma kan behalen.