ECLI:NL:RBSGR:2012:BW4631
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens bekering en illegale uitreis
Verzoekster, een Iraanse vrouw, diende op 24 juni 2010 een asielaanvraag in die op 21 februari 2011 werd afgewezen. Na haar bekering tot het christendom en het overleggen van een doopakte uit januari 2012, diende zij een herhaalde aanvraag in. Verweerder wees deze opnieuw af en legde een inreisverbod op.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de bekering tot het christendom en de combinatie daarvan met de illegale uitreis als nieuwe feiten of veranderde omstandigheden (novum) in de zin van artikel 4:6 Awb Pro moeten worden beschouwd. Verweerder had deze combinatie moeten meenemen in zijn beoordeling, maar faalde daarin door onvoldoende te motiveren waarom de Iraanse autoriteiten niet op de hoogte zouden kunnen raken van de bekering.
Het ambtsbericht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken bevestigt dat illegale uitreis strafbaar is en dat teruggekeerde illegalen onder verhoogde aandacht van de autoriteiten staan. De rechtbank stelt dat verzoekster als verdragsvluchteling kan worden aangemerkt en dat het bestreden besluit in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel en artikel 3:46 Awb Pro.
De rechtbank vernietigt het besluit, wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af en veroordeelt verweerder in de proceskosten van €874. Verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.