ECLI:NL:RBSGR:2012:BW4630
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs mensenhandel en wederrechtelijke vrijheidsberoving
De rechtbank 's-Gravenhage heeft verdachte vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten van mensenhandel en wederrechtelijke vrijheidsberoving. De tenlastelegging betrof het werven, vervoeren, huisvesten en uitbuiten van een minderjarige in de prostitutie, alsmede het opsluiten van deze persoon in een kelderbox.
Tijdens de terechtzitting bleek dat de verklaringen van de aangeefster tegenstrijdig waren over de omstandigheden en duur van haar verblijf in de kelderbox. Zij gaf wisselende verklaringen over het moment waarop het verblijf onvrijwillig werd en over wie de sleutel van de kelderbox bezat. Daarnaast ontbrak ondersteunend bewijs in het dossier.
De rechtbank oordeelde dat op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting onvoldoende feiten en omstandigheden waren gebleken die de betrokkenheid van verdachte als medepleger bij mensenhandel aannemelijk maakten. Ook kon niet worden vastgesteld dat de aangeefster gedurende de periode van 2 tot en met 4 oktober 2011 wederrechtelijk was vastgehouden.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van beide feiten wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs en hief het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van mensenhandel en wederrechtelijke vrijheidsberoving.