ECLI:NL:RBSGR:2012:BW4031
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.P. Pereira Horta
- M.J.C. Dijkstra
- G.F. van der Linden-Burgers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning zelfstandige wegens ontbreken wezenlijk Nederlands economisch belang
Eiser, een Turkse vreemdeling, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning voor arbeid als zelfstandige. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf en onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zijn onderneming een wezenlijk Nederlands economisch belang diende.
Eiser voerde aan dat het huidige toelatingsbeleid strenger is dan het beleid ten tijde van het Aanvullend Protocol van 1973 en dat zijn aanvraag ten onrechte niet ter advisering aan de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) was voorgelegd. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende had onderbouwd dat alle aanvragen destijds aan de minister werden voorgelegd en dat het beleid van de Vreemdelingencirculaire 2000 ook op Turkse zelfstandigen van toepassing is.
De rechtbank stelde vast dat eiser dezelfde onderneming dreef als waarvoor de aanvraag was ingediend, ondanks een naams- en adreswijziging. Verweerder had eiser de mogelijkheid geboden om het ondernemingsplan aan te vullen, maar eiser had hier geen gevolg aan gegeven. De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit terecht was genomen en dat het beroep ongegrond is.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning zelfstandige wegens het ontbreken van een wezenlijk Nederlands economisch belang.