ECLI:NL:RVS:2011:BP8383
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling wint hoger beroep tegen weigering verblijfsvergunning zelfstandige op grond van Associatieovereenkomst EEG-Turkije
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning als zelfstandige op grond van de Associatieovereenkomst tussen de EEG en Turkije. De minister en staatssecretaris weigerden deze vergunning omdat de vreemdeling niet voldeed aan het puntensysteem dat bepaalt of een wezenlijk Nederlands economisch belang wordt gediend.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de vreemdeling stelde dat het huidige toelatingsbeleid strenger is dan het beleid dat gold op 1 januari 1973, hetgeen in strijd zou zijn met de standstill-bepaling van het Aanvullend Protocol bij de Associatieovereenkomst. De rechtbank ging hier niet op in, waardoor het vonnis onvoldoende gemotiveerd was.
De Raad van State oordeelt dat de standstill-bepaling alleen nieuwe beperkingen verbiedt en dat bestaande toelatingsvoorwaarden, ook al zijn deze mogelijk discriminatoir, mogen worden gehandhaafd. Het criterium van het wezenlijk economisch belang is geen nieuwe maatregel. Het puntensysteem is echter in strijd met deze bepaling en het non-discriminatiebeginsel, omdat Turkse zelfstandigen zwaarder worden beoordeeld dan EU-burgers.
De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank, verklaart het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigt het besluit van de staatssecretaris en veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.