ECLI:NL:RBSGR:2012:BW3708
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen terugkeerbesluit zonder termijn voor vrijwillig vertrek afgewezen
Eiser, van Egyptische nationaliteit, kreeg op 21 september 2011 een terugkeerbesluit opgelegd waarin hij Nederland onmiddellijk moest verlaten. Dit besluit was gebaseerd op de Dublinverordening, gericht op terugkeer naar Italië, welke claim op 6 januari 2012 werd geweigerd. Vanaf dat moment was de Terugkeerrichtlijn van toepassing, omdat het vertrek nu op Egypte was gericht.
Eiser betwistte niet dat hij aanvankelijk geen termijn voor vrijwillig vertrek hoefde te krijgen, maar stelde dat na 6 januari 2012 alsnog een termijn had moeten worden gegund. Verweerder stelde dat het onmiddellijke vertrek gerechtvaardigd bleef vanwege een risico op onderduiken, gebaseerd op meerdere gronden uit de Vreemdelingenwet en het Vreemdelingenbesluit.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht aannam dat sprake was van een risico op onderduiken, omdat eiser niet beschikte over een identiteitspapier, geen vaste woon- of verblijfplaats had, zich niet had aangemeld bij de korpschef en onvoldoende middelen van bestaan had. De enkele verklaring van een vriend die eiser zou huisvesten en onderhouden was onvoldoende om dit risico te weerleggen.
Daarom was het niet onredelijk dat verweerder geen termijn voor vrijwillig vertrek gaf. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.