ECLI:NL:RBSGR:2012:BW3359
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling
Verzoeker, verblijvend in het detentiecentrum Schiphol, verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening tegen zijn uitzetting naar Nigeria. Hij stelde dat de claim die de kosten van zijn terugkeer bij de luchtvaartmaatschappij legde in strijd was met de Vreemdelingenwet 2000, omdat hij rechtmatig verblijf genoot sinds zijn asielaanvraag in 2009.
De minister stelde dat de removal order nog steeds van kracht was en dat de luchtvaartclaim herleefd was. De voorzieningenrechter oordeelde dat de uitzetting als een beschikking kan worden aangemerkt, maar dat artikel 65 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 zich richt op de vervoerder en niet op de vreemdeling zelf.
Zelfs als de luchtvaartclaim onterecht was, betekent dit niet dat de feitelijke uitzetting onrechtmatig is. Verzoeker kon geen andere gronden aanvoeren voor onrechtmatigheid. Daarom werd het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen wegens kennelijke ongegrondheid.
De uitspraak is gedaan zonder zitting, en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen de uitzetting is afgewezen wegens kennelijke ongegrondheid.