ECLI:NL:RBSGR:2012:BW2791
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.J. Paris
- H. Wien
- J.M.C. Louwinger-Rijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling Nederlandse nationaliteit na postnatale erkenning meerderjarige
Verzoeker, geboren in 1969 in Dominica, werd op 3 oktober 1989 op Curaçao erkend door een Nederlandse man, [A]. Verzoeker stelt dat hij hierdoor op grond van artikel 3, derde lid, van de oude Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) de Nederlandse nationaliteit heeft verkregen, omdat hij, de erkenner en diens moeder ten tijde van de erkenning op de Nederlandse Antillen woonden.
De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en de officier van justitie betwisten dit en stellen dat verzoeker noch bij geboorte, noch door erkenning tijdens meerderjarigheid het Nederlanderschap heeft verkregen. De rechtbank bevestigt dat erkenning na het bereiken van meerderjarigheid niet leidt tot verkrijging van het Nederlanderschap op grond van artikel 4 RWN Pro (oud).
De rechtbank overweegt dat de ratio van artikel 3 lid 3 RWN Pro (oud) is gericht op de derde generatie binnen het Koninkrijk die een reële band met Nederland heeft. Omdat verzoeker meerderjarig was bij erkenning, is hij niet automatisch Nederlander geworden. Ook een beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt, omdat niet is gesteld dat verzoeker is gewettigd door de erkenner volgens het toenmalige recht van de Nederlandse Antillen.
De rechtbank wijst het verzoek daarom af en bevestigt dat verzoeker niet de Nederlandse nationaliteit bezit op grond van de aangevoerde erkenning.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van de Nederlandse nationaliteit wordt afgewezen omdat erkenning na meerderjarigheid niet leidt tot verkrijging van het Nederlanderschap.