ECLI:NL:RBSGR:2012:BW2455
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- H. Steenhuis
- A.L. Frenkel
- T.L. Fernig - Rocour
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak kindermoord en veroordeling voor kinderdoodslag en lijkverbergen door moeder uit vrees voor ontdekking bevalling
Op 12 september 2010 werden stoffelijke resten van een pasgeboren baby gevonden in een vuilniscontainer, waarna verdachte werd geconfronteerd en bekendte gaf. Uit DNA-onderzoek bleek zij de biologische moeder. Verdachte verklaarde in 2005 op het toilet van haar toenmalige vriend te zijn bevallen, het kind in de wc te hebben achtergelaten en daarna in een roes te zijn gegaan.
De rechtbank oordeelde dat het kind levend was geboren en dat verdachte het voorwaardelijk opzet had gehad het kind van het leven te beroven door het te onthouden van adequate verzorging. Zij handelde uit vrees voor ontdekking van haar bevalling, waardoor het delict minder zwaar werd beoordeeld dan eenvoudige doodslag. Verdachte werd vrijgesproken van kindermoord wegens ontbreken van voorbedachte raad.
Gezien de ernst van het delict, de hulpeloosheid van het kind en de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte wegens zwakbegaafdheid, legde de rechtbank een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 8 maanden op met een proeftijd van 3 jaar en bijzondere voorwaarden waaronder reclasseringstoezicht en ambulante behandeling. De straf houdt rekening met het tijdsverloop sinds het delict in 2005.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van kindermoord, veroordeeld voor kinderdoodslag en lijkverbergen, met geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 8 maanden en reclasseringstoezicht.