ECLI:NL:RBSGR:2012:BW2310
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens ontbreken terugkeerbesluit na mislukte Dublinclaim
Eiser werd op 13 januari 2012 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Na een mislukte Dublinclaim waarbij de Italiaanse autoriteiten op 6 maart 2012 weigerden eiser over te nemen, stelde eiser dat de bewaring onrechtmatig was geworden omdat een terugkeerbesluit noodzakelijk is voor voortzetting van de bewaring. Verweerder erkende dat geen terugkeerbesluit was genomen maar betoogde dat dit niet nodig was na inbewaringstelling.
De rechtbank oordeelde dat sinds 6 maart 2012 de uitzondering in artikel 62a, lid 1, onder c Vw niet meer van toepassing is en dat een terugkeerbesluit vereist is om de bewaring voort te zetten. Omdat verweerder geen terugkeerbesluit had genomen, was de bewaring vanaf die datum onrechtmatig. De rechtbank wees de eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uit 2011 als niet van toepassing op deze situatie.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, beval de opheffing van de bewaring per 6 april 2012 en kende eiser een schadevergoeding toe van € 2.480,- voor 31 dagen onrechtmatige bewaring. Tevens werden de proceskosten van € 874,- aan eiser toegekend. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en beveelt opheffing van de bewaring per 6 april 2012 wegens het ontbreken van een terugkeerbesluit na mislukte Dublinclaim.