ECLI:NL:RVS:2013:CA3611
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling in vreemdelingenbewaring zonder tijdig terugkeerbesluit onrechtmatig verklaard
De vreemdeling werd op 3 april 2013 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Na een afwijzing van een verzoek tot terugname door de Zweedse autoriteiten op 12 april 2013, onderzocht de staatssecretaris of een verzoek tot heroverweging kon worden ingediend, maar besloot dit niet te doen. De vreemdeling werd pas op 19 april 2013 gehoord en de bewaring opgeheven.
De rechtbank had het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en een schadevergoeding toegekend, maar de staatssecretaris stelde dat hij voortvarend had gehandeld. De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris na de afwijzing op 12 april 2013 enige tijd moest krijgen om te handelen, maar dat vanaf 16 april 2013 de bewaring onrechtmatig was vanwege het ontbreken van een terugkeerbesluit.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling alsnog gegrond verklaard. De Raad kende een schadevergoeding toe voor de periode van 16 tot 19 april 2013 en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring was vanaf 16 april 2013 onrechtmatig wegens het ontbreken van een terugkeerbesluit, waarna een schadevergoeding werd toegekend.