ECLI:NL:RBSGR:2012:BW1309
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning en vernietiging vertrektermijn en inreisverbod in asielzaak Sri Lanka
Verzoeker, een Sri Lankaans staatsburger, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel die door verweerder werd afgewezen. Verzoeker stelde dat hij vanwege deelname aan de Ponku Tamil en mishandeling risico liep bij terugkeer naar Sri Lanka. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht geen positieve overtuigingskracht toekende aan het asielrelaas vanwege onvoldoende gedetailleerde en verifieerbare verklaringen over de reis en omstandigheden.
De rechtbank stelde vast dat verzoeker fysiek letsel had, maar dat de verklaring over de oorzaak niet geloofwaardig was. Ook concludeerde de rechtbank dat het risico op schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer niet aannemelijk was, mede gelet op jurisprudentie en het ambtsbericht. Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning werd daarom ongegrond verklaard.
Tegelijkertijd oordeelde de rechtbank dat verweerder onterecht geen vertrektermijn had verleend en onterecht een inreisverbod had opgelegd, omdat de motivering hiervoor onvoldoende was. Deze onderdelen van het besluit werden vernietigd en verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen wegens gebrek aan belang.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling van proceskosten van €1311,- aan de griffier. Een tweede beroep tegen hetzelfde inreisverbod werd niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning ongegrond, beroep tegen vertrektermijn en inreisverbod gegrond en vernietigd.