ECLI:NL:RBSGR:2012:BW0374
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling omgevingsvergunning en geluidhinder door aan- en afmeren schepen bij inrichting
Eiseres woont nabij een inrichting waar schepen aanmeren. Verweerder verleende vergunninghoudster een omgevingsvergunning voor beperkte verandering van de inrichting, waarbij het aan- en afmeren van schepen als indirecte hinder wordt beschouwd. Eiseres stelde dat het geluidniveau door piekgeluiden te hoog is en dat de vergunning geweigerd had moeten worden.
De rechtbank overweegt dat het geluid door aan- en afmeren van schepen buiten het terrein van de inrichting plaatsvindt en derhalve als indirecte hinder moet worden aangemerkt. Dit is in lijn met de Handreiking industrielawaai en eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak. De geluidbelasting is getoetst aan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde, waarbij geen overschrijding is vastgesteld.
De rechtbank wijst het beroep af omdat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat het geluidniveau de toegestane waarden overschrijdt. Ook is het bezwaar over publicatie van besluiten in een nieuwsblad dat niet bij haar wordt bezorgd niet gegrond. Klachten over geluidoverlast door het storten van ijzer vallen buiten deze procedure en behoren tot handhaving.
De rechtbank concludeert dat de vergunning terecht is verleend en gehandhaafd, en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het handhaven van de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard.