ECLI:NL:RBSGR:2012:BV9977
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Groenendijk
- Hink
- van Paridon
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot achterwege laten voorwaardelijke invrijheidstelling wegens misdragingen en weigering klinische behandeling
De officier van justitie vorderde dat de rechtbank de voorwaardelijke invrijheidstelling van de veroordeelde zou achterwege laten omdat hij zich tijdens detentie ernstig had misdragen en weigerde mee te werken aan een klinische behandeling om recidive te voorkomen. De veroordeelde verzette zich hiertegen en gaf aan gemotiveerd te zijn voor ambulante behandeling en reeds gestopt te zijn met harddrugs.
De rechtbank overwoog dat de disciplinaire straffen en misdragingen niet kwalificeren als ernstige misdragingen in de zin van de wet en dat de weigering van een klinische behandeling, mede gezien het ontbreken van concrete gegevens over de aard en duur daarvan, niet kan leiden tot het achterwege laten van de voorwaardelijke invrijheidstelling.
De reclassering adviseerde een klinische behandeling, maar dit advies was niet onderbouwd met een psychiatrische beoordeling en de veroordeelde toonde motivatie voor ambulante behandeling. De rechtbank besloot daarom de vordering van het OM af te wijzen en adviseerde het OM een bijzondere voorwaarde te verbinden aan de voorwaardelijke invrijheidstelling, namelijk reclasseringstoezicht met ambulante behandeling.
De datum van de voorwaardelijke invrijheidstelling werd vastgesteld op uiterlijk 22 maart 2012, met de mogelijkheid tot vervroeging indien bijzondere voorwaarden eerder konden worden gesteld. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank 's-Gravenhage op 15 maart 2012.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van het openbaar ministerie tot het achterwege laten van de voorwaardelijke invrijheidstelling af en bepaalt de datum van invrijheidstelling uiterlijk op 22 maart 2012 met reclasseringstoezicht als bijzondere voorwaarde.