ECLI:NL:RBSGR:2012:BV9658
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.C.H.M. Lips
- G.J. van Leijenhorst
- J.M. van Kempen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fiscale terbeschikkingstelling bij verkoop onroerende zaken aan eigen BV
Eiser verhuurde tot eind 2002 onroerende zaken aan zijn BV, waarbij sprake was van terbeschikkingstelling volgens artikel 3.92 Wet IB 2001. Op 31 december 2002 verkocht eiser de onroerende zaken aan de BV, die de volledige koopsom vooruit betaalde, maar de juridische en economische eigendom bleef bij eiser tot daadwerkelijke levering.
De rechtbank concludeert dat de terbeschikkingstelling niet is beëindigd met de koopovereenkomst, omdat de BV slechts een recht op gebruik en toekomstige levering heeft verkregen. Hierdoor moet eiser ook na 2002 een zakelijk resultaat uit overige werkzaamheden aangeven over het gebruik van de onroerende zaken.
De vooruitbetaling van de koopsom in 2002 vormt geen belastbaar voordeel, omdat daartegenover een reële leveringsverplichting staat. Voor 2002 wordt het belastbare inkomen gecorrigeerd naar beneden door het niet in aanmerking nemen van een boekwinst. Voor 2004 is de correctie van verweerder terecht.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond voor 2002 en vermindert de aanslag, maar verklaart het beroep ongegrond voor 2004. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en moet het griffierecht vergoeden.
Uitkomst: De terbeschikkingstelling eindigt niet met de verkoop; aanslag 2002 wordt verminderd, aanslag 2004 blijft ongewijzigd.