ECLI:NL:RBSGR:2012:BV9575
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- A.J. Medze
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit inreisverbod wegens onvoldoende motivering duur
Verzoeker, een Nigeriaanse asielzoeker, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning die werd afgewezen vanwege onvoldoende geloofwaardigheid van zijn asielverhaal. Tevens werd een inreisverbod van twee jaar opgelegd. De rechtbank oordeelt dat de minister niet heeft voldaan aan de verplichting om de duur van het inreisverbod te motiveren aan de hand van de individuele omstandigheden, zoals vereist op grond van artikel 11, tweede lid, van de Terugkeerrichtlijn en artikel 6.5a van het Vreemdelingenbesluit.
De rechtbank stelt vast dat het beleid van de minister, dat standaard een maximale duur van twee jaar oplegt zonder individuele motivering, niet in overeenstemming is met de richtlijn en het Vreemdelingenbesluit. De verwijzing naar beleidsregels in de Vreemdelingencirculaire is onvoldoende als motivering. Verzoeker heeft geen relevante individuele omstandigheden aangevoerd die een kortere duur rechtvaardigen, maar de minister had desalniettemin de motivering moeten geven.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit voor zover het de duur van het inreisverbod betreft, en draagt de minister op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot oplegging van het inreisverbod wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de duur.