ECLI:NL:RBSGR:2012:BV9041
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende geloofwaardigheid en risico-inschatting terugkeer Somalië
Eiser, afkomstig uit Middle Shabelle in Zuid-Somalië, verzocht om een verblijfsvergunning asiel die door verweerder werd afgewezen op grond van artikel 31 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank stelde vast dat eiser zijn stamlijn niet kon aantonen en dat zijn asielrelaas onvoldoende geloofwaardig was, mede door het ontbreken van documenten en bewijsmiddelen ter onderbouwing van zijn verhaal, waaronder zijn tweede huwelijk en de verkrachting van zijn zuster.
Verweerder mocht aannemen dat eiser zich onder de regels van Al-Shabaab kan handhaven, aangezien hij recentelijk uit Somalië was vertrokken en ervaring had met het leven daar. De rechtbank oordeelde dat eiser geen aannemelijk bewijs leverde voor een reëel risico op een met artikel 3 EVRM Pro strijdige behandeling bij terugkeer, mede gelet op jurisprudentie zoals het arrest Sufi en Elmi en eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak.
De rechtbank verwierp ook het verzoek van eiser om een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie van de Europese Unie te stellen over de uitleg van artikel 15 van Pro de Definitierichtlijn. De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit rechtmatig was en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.