ECLI:NL:RBSGR:2012:BV8997
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inreisverbod wegens onjuiste meeromvattende beschikking vreemdelingen
Verzoekers, vreemdelingen uit Colombia, dienden een aanvraag in voor een verblijfsvergunning die werd afgewezen met oplegging van een inreisverbod in een meeromvattende beschikking. De rechtbank oordeelt dat het inreisverbod op grond van artikel 66a, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 slechts via een zelfstandige beschikking kan worden opgelegd indien de vreemdeling niet binnen de gestelde termijn vertrekt.
Verzoekers voerden aan dat er sprake was van nieuwe feiten en veranderde omstandigheden die een hernieuwde beoordeling rechtvaardigen, waaronder documenten over de moord op de zus van verzoeker door de FARC en de dreiging die zij ondervinden. De rechtbank concludeert dat deze documenten niet als nieuw feit of veranderde omstandigheid kunnen gelden omdat authenticiteit niet is vastgesteld en geen causaal verband is aangetoond.
De rechtbank stelt vast dat het inreisverbod onrechtmatig is opgelegd als onderdeel van de meeromvattende beschikking en vernietigt dit onderdeel van het besluit. Daarnaast veroordeelt zij de minister in de proceskosten van verzoekers. Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.
Uitkomst: Het opgelegde inreisverbod in de meeromvattende beschikking wordt vernietigd en de minister wordt veroordeeld in de proceskosten.