ECLI:NL:RBSGR:2012:BV8411
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde asielaanvraag en niet-ontvankelijkheid beroep tegen inreisverbod
Verzoeker, een Oekraïense burger, diende op 16 januari 2012 een herhaalde aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel, nadat zijn eerdere aanvraag van 27 juni 2011 was afgewezen. De afwijzing van de eerdere aanvraag was onherroepelijk geworden. Verzoeker stelde dat hij in de eerste procedure niet alle relevante feiten had vermeld, met name over zijn werk en bedreigingen door anderen uit Oekraïne.
De rechtbank overwoog dat de nieuwe aanvraag geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden bevatte die een hernieuwde beoordeling rechtvaardigen. De rechtbank baseerde zich op jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en het arrest Bahaddar. Het beroep tegen de herhaalde asielaanvraag werd daarom ongegrond verklaard.
Daarnaast werd beoordeeld dat het bij het bestreden besluit opgelegde inreisverbod niet als kennisgeving in de zin van artikel 62a Vreemdelingenwet 2000 geldt, omdat al een eerder terugkeerbesluit was uitgevaardigd en niet was nageleefd. Hierdoor gold de uitzondering op de bezwaarverplichting niet, waardoor het beroep tegen het inreisverbod niet-ontvankelijk werd verklaard en als bezwaar aan verweerder moest worden doorgezonden.
Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisend belang. De uitspraak werd gedaan door rechter S.M. Schothorst op 6 maart 2012. Tegen de uitspraak in de bodemzaak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de herhaalde asielaanvraag is ongegrond verklaard en het beroep tegen het inreisverbod niet-ontvankelijk.