ECLI:NL:RBSGR:2012:BV6458
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing verlenging bewaring vreemdeling wegens niet meewerken
Eiser is op 24 juli 2011 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het verlengingsbesluit van 18 januari 2012, waarin de bewaring werd verlengd. Eiser voerde aan dat het besluit onbevoegd was genomen en dat de verlenging onterecht was omdat de grond dat documentatie uit derde landen ontbreekt niet aan het besluit ten grondslag kan worden gelegd en hij wel meewerkte.
De rechtbank oordeelde dat het verlengingsbesluit bevoegd was genomen door de regievoerder op grond van een mandaatregeling, ondanks betwisting van eiser over de mandaatverlening. Ten aanzien van de verlengingsgronden stelde de rechtbank vast dat er geen concrete aanwijzingen waren dat de benodigde documentatie uit derde landen op korte termijn beschikbaar zou zijn, waardoor die grond niet kon worden gehanteerd. Wel was sprake van onvoldoende actieve en volledige medewerking van eiser aan zijn uitzetting, wat een geldige grond voor verlenging vormt.
Verder stelde de rechtbank vast dat een belangenafweging had plaatsgevonden en dat deze niet te algemeen was, mede omdat eiser geen relevante belangen had gesteld die niet waren meegewogen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het verlengingsbesluit van de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.