ECLI:NL:RBSGR:2012:BV6106
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de waarde en fiscale behandeling van optieverplichting en pand in tbs-vermogen
Eiser, enig aandeelhouder van een BV, had een koopoptie verleend op een pand dat aan de BV werd verhuurd. Na verkoop van het pand in 2006 aan een derde, betaalde eiser een schadeloosstelling aan de BV. Partijen sloten in 2008 een vaststellingsovereenkomst over de waarde van het pand en de optiepremie per 22 december 2000.
De rechtbank beoordeelde in geschil de waarde van het pand en de optieverplichting per 1 januari 2001 en of deze tot het tbs-vermogen behoorden. Eiser stelde dat de optieverplichting niet tot het tbs-vermogen behoorde en dat de waardering moest volgen uit een generieke methode (woz-waarde plus 20%). De rechtbank verwierp deze stellingen en stelde vast dat de optieverplichting wel degelijk tot het tbs-vermogen behoorde met een waarde gelijk aan de optiepremie.
Verder oordeelde de rechtbank dat het niet opnemen van de optieverplichting in het tbs-vermogen per 1 januari 2001 een fiscale fout was die hersteld moest worden volgens de foutenleer. Dit herstel kon plaatsvinden in het oudste nog openstaande jaar op het moment van herstel, hier 2006. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting over 2006 met correcties wordt bevestigd.