ECLI:NL:RBSGR:2012:BV3744
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.B. de Vries-van den Heuvel
- H.C. Greeuw
- A.J. Medze
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing asiel wegens onvoldoende bewijs persoonlijke deelname aan misdrijven Baath-partij
Eiser en eiseres, beiden van Iraakse nationaliteit, dienden asielaanvragen in die door verweerder werden afgewezen op grond van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag. Verweerder stelde dat eiser als divisielid van de Baath-partij verantwoordelijk was voor misdrijven tegen de menselijkheid, waaronder marteling en onmenselijke handelingen, op basis van decreten uitgevaardigd door de Revolutionaire Commandoraad (RCC).
De rechtbank onderzocht of de decreten 59, 70, 74, 96 en 115 misdrijven tegen de menselijkheid bevatten en of eiser persoonlijke deelname ('personal participation') en kennis ('knowing participation') had. Hoewel de rechtbank aannam dat de Baath-partij zich schuldig maakte aan dergelijke misdrijven, oordeelde zij dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd dat eiser persoonlijk verantwoordelijk was voor de uitvoering van alle decreten, met name 59, 96 en 115.
De rechtbank verwierp het standpunt dat eiser als divisielid automatisch opdracht gaf of verantwoordelijkheid droeg voor deze misdrijven, mede omdat de decreten zich niet altijd richtten op partijfunctionarissen zoals eiser. Ook stelde de rechtbank vast dat eiser onvoldoende bewijs leverde van een significante uitzondering op de kennis van misdrijven binnen de Baath-partij.
Daarom werd het beroep van eiser gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Het beroep van eiseres werd eveneens gegrond verklaard, met gelijke gevolgen. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van beide partijen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de asielaanvragen wordt vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing van persoonlijke deelname aan misdrijven.