ECLI:NL:RBSGR:2012:BV2985
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- H. Steenhuis
- A.L. Frenkel
- T.L. Fernig - Rocour
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs betrokkenheid bij doodslag
Op 1 maart 2009 werd het slachtoffer zwaar gewond aangetroffen in een slooppand te 's-Gravenhage en overleed op 8 maart aan de gevolgen van zijn verwondingen. Verdachte werd ervan beschuldigd het slachtoffer met een stoeptegel en/of tafelpoot te hebben geslagen, wat tot diens overlijden zou hebben geleid.
De rechtbank nam kennis van uitgebreid forensisch bewijs, waaronder bloedsporen en DNA-onderzoek, die bevestigden dat het slachtoffer met een stoeptegel was geslagen en daaraan is overleden. Echter, de directe betrokkenheid van verdachte bij het toebrengen van het letsel kon niet wettig en overtuigend worden vastgesteld. Getuigenverklaringen over bloed op de broek van verdachte waren tegenstrijdig en onvoldoende onderbouwd.
De verklaringen van getuigen over de wijze van geweld en de betrokkenheid van verdachte waren niet eenduidig en werden niet ondersteund door ander bewijs. Ook werd verdachte vrijgesproken van de diefstal van het paspoort van het slachtoffer wegens gebrek aan bewijs.
De rechtbank concludeerde dat onvoldoende bewijs aanwezig was om verdachte te veroordelen voor de ten laste gelegde feiten en sprak hem vrij. Het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven en verdachte werd onmiddellijk in vrijheid gesteld.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig bewijs voor betrokkenheid bij de doodslag.