ECLI:NL:RBSGR:2012:BV2938
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Nietigheid testament wegens verminderde wilsbekwaamheid door Alzheimer-dementie
De zaak betreft een geschil over de geldigheid van het testament van de op 6 januari 2008 overleden erflater, waarbij eiseres stelt dat het testament van 1 november 2005 nietig is wegens verminderde wilsbekwaamheid door Alzheimer-dementie. De rechtbank heeft diverse medische rapportages en deskundigenverklaringen bestudeerd, waaronder een rapport van professor Verhey die concludeert dat er sprake was van matig ernstige dementie bij de erflater rond de datum van het testament.
Eiseres voert aan dat het testament niet de werkelijke wil van haar vader weerspiegelt, maar beïnvloed is door zijn partner, gedaagde, die de erflater zou hebben afgeschermd van zijn familie. Gedaagde betwist dit en stelt dat de erflater compos mentis was en bewust voor haar en haar kinderen koos als erfgenamen.
De rechtbank stelt dat eiseres de bewijslast draagt maar voorlopig voldoende bewijs heeft geleverd dat de erflater op het moment van het testament niet zelfstandig zijn wil kon bepalen en de gevolgen daarvan begrijpen. Ook is geoordeeld dat de aanwezigheid van gedaagde bij het passeren van het testament onwenselijk was gezien de omstandigheden.
De rechtbank laat gedaagde toe tot het leveren van tegenbewijs door getuigenverhoor van haarzelf en notaris Kock, en bepaalt een comparitie voor verdere procedurele afhandeling. De beslissing over de geldigheid van het testament wordt aangehouden.
Deze uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldigheid bij het vaststellen van wilsbekwaamheid en de mogelijke invloed van Alzheimer-dementie op testamentaire beschikkingen.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en gelast getuigenverhoor voor het leveren van tegenbewijs over de wilsbekwaamheid van de erflater bij het laatste testament.