ECLI:NL:RBSGR:2012:BV2841
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Delden
- Meijers
- Van Zeijst - Repelaer van Driel
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken bezit kinderpornografische afbeeldingen ondanks bekijken
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het bezit van vijf kinderpornografische afbeeldingen in de periode van 6 tot en met 20 maart 2009. Uit onderzoek bleek dat via een IP-adres dat aan verdachte gekoppeld was, kinderpornografische afbeeldingen waren gedownload. Verdachte erkende het bekijken van dergelijke afbeeldingen op zijn werkcomputer, maar ontkende deze te hebben opgeslagen. Hij gaf aan de afbeeldingen na het bekijken te hebben verwijderd met behulp van een programma dat bestanden definitief wist.
De officier van justitie stelde dat verdachte de afbeeldingen in bezit had gehad en vorderde een voorwaardelijke werkstraf. De verdediging voerde aan dat er geen bewijs was dat verdachte de afbeeldingen daadwerkelijk had gedownload of in bezit had, mede omdat meerdere personen gebruik maakten van dezelfde computers en IP-adres. Bovendien stelde zij dat het enkel bekijken van de afbeeldingen niet strafbaar was.
De rechtbank overwoog dat het enkele bekijken van kinderpornografische afbeeldingen, waarbij deze niet werden opgeslagen en nadien definitief werden verwijderd, niet kan worden aangemerkt als bezit in de zin van artikel 240b Sr. Er ontbrak bewijs voor de opzet van verdachte om de afbeeldingen te bezitten. Daarom werd verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde feit.
De uitspraak benadrukt het belang van de beschikkingsmacht en opzet bij het bezit van strafbare afbeeldingen en bevestigt dat het enkel bekijken hiervan niet strafbaar is volgens de wetsgeschiedenis van artikel 240b Sr.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van bewijs voor bezit van kinderpornografische afbeeldingen.