ECLI:NL:RBSGR:2011:BV0370
Rechtbank 's-Gravenhage
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Beslissing op wrakingsverzoek tegen politierechter wegens vermeende partijdigheid
Op 30 november 2011 behandelde de politierechter de strafzaak tegen verzoeker, die tijdens de zitting een wrakingsverzoek indiende. Dit verzoek was gebaseerd op vermeende partijdigheid van de politierechter, onder meer vanwege het stellen van vragen over feiten terwijl verzoeker zich op zijn zwijgrecht beriep, en het betrekken van de officier van justitie bij het verzoek om schriftelijk vonnis.
De wrakingskamer behandelde het verzoek op 6 december 2011 en concludeerde dat het verzoek voor een deel niet-ontvankelijk was omdat verzoeker niet tijdig had gewraakt toen de politierechter vragen over de feiten stelde. Voor het overige werd het verzoek afgewezen. De kamer oordeelde dat de politierechter een actieve rol mag vervullen, waaronder het stellen van vragen aan zowel verdachte als officier van justitie, en dat dit niet wijst op partijdigheid.
Verder werd geoordeeld dat het horen van de officier van justitie over het verzoek om schriftelijk vonnis geen vooringenomenheid betekent en dat ordemaatregelen door de politierechter ter zitting zijn toegestaan om escalatie te voorkomen. Ten slotte benadrukte de wrakingskamer dat het proces-verbaal van de zitting een beknopte weergave is en geen letterlijke transcriptie.
De wrakingskamer verklaarde verzoeker niet-ontvankelijk voor het deel van het verzoek dat betrekking had op het stellen van vragen over feiten na het beroep op zwijgrecht en wees het overige wrakingsverzoek af. Het proces in de hoofdzaak werd voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard voor een deel van het wrakingsverzoek en het overige verzoek wordt afgewezen.