ECLI:NL:RBSGR:2011:BU9725
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.P.F. Slijpen
- G.J. van Leijenhorst
- T. van Rij
- Rechtspraak.nl
Herkwalificatie erfpachtconstructie leidt tot vernietiging vergrijpboete
Eiser verkreeg in 2003 het recht van ondererfpacht op een perceel met opstallen en financierde dit met hypothecaire leningen. In 2005 verkocht hij dit recht aan een stichting, waarbij hij onder-/ondererfpachter werd en een hogere canon verschuldigd was. Verweerder weigerde een deel van de erfpachtcanons in aftrek te nemen en legde een vergrijpboete op wegens vermeende opzet.
De rechtbank stelde vast dat de economische belangen van eiser niet wezenlijk waren veranderd door de verkoop aan de stichting, aangezien de betalingen van rente en aflossing feitelijk waren verschoven. De erfpachtcanons bestonden voor het overgrote deel uit aflossingen op de hypothecaire leningen, wat in strijd is met de wettelijke bepalingen die geen aftrek van aflossingen toestaan.
Daarom kwalificeerde de rechtbank de transactie als een overeenkomst van geldlening, waarbij de koopsom als hoofdsom en de canon als rente en aflossing moet worden gezien. De vergrijpboete werd vernietigd omdat eiser de constructie had laten adviseren door een fiscaal deskundige en er geen bewijs was van opzet of onvoldoende zorg.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de boetebeschikking, handhaafde de aanslag en veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De boetebeschikking wordt vernietigd en de aanslag gehandhaafd wegens herkwalificatie van de erfpachtconstructie als geldlening.