ECLI:NL:RBSGR:2011:BU9046
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning wegens onvoldoende belangenafweging kind
Eiseres, moeder van een minderjarige dochter met de Surinaamse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning voor gezinshereniging. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiseres niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en niet kon worden vrijgesteld. Tevens speelde de openbare orde een rol vanwege haar criminele antecedenten.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met het belang van de dochter, zoals vereist onder artikel 8 EVRM Pro en het IVRK, waarbij het perspectief van het kind centraal staat. Diverse rapportages en verklaringen van professionals tonen aan dat het contact tussen moeder en dochter essentieel is voor de ontwikkeling van het kind en dat een onderbreking schadelijke gevolgen kan hebben.
Verweerder heeft niet gemotiveerd waarom het belang van de dochter niet doorslaggevend zou zijn in de belangenafweging, waardoor het besluit onvoldoende gemotiveerd is. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit en gelast een nieuwe beslissing met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt een voorlopige voorziening getroffen zodat eiseres in Nederland kan blijven totdat de nieuwe beslissing is genomen.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en verweerder dient opnieuw te beslissen met inachtneming van het belang van de dochter.