ECLI:NL:RBSGR:2011:BU8609
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van milieuschade door asbestverwijdering
De zaak betrof het verwijderen van asbesthoudende dakleien van een gemeentelijk gebouw te Wateringen in oktober 2009. Verdachte, werkzaam als deskundig toezichthouder asbest, en medeverdachten waren betrokken bij het verwijderen en afvoeren van deze leien via een glijbaan naar een container. Er waren meldingen en getuigenverklaringen dat de leien kapot vielen en asbeststof konden vrijkomen.
De officier van justitie stelde dat door het onverpakt storten van de leien asbestvezels in de lucht en op de bodem konden vrijkomen, wat nadelige milieugevolgen tot gevolg had. De rechtbank onderzocht de werkwijze, instructies, en verklaringen van betrokkenen, waaronder getuigen en bouwinspecteurs, en concludeerde dat de handelingen weliswaar plaatsvonden, maar dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat hierdoor milieuschade was ontstaan of kon ontstaan.
De rechtbank verwees ook naar een gelijktijdige zaak tegen de rechtspersoon [B.V.] B.V., waarin eveneens vrijspraak werd gegeven wegens hetzelfde gebrek aan bewijs. Gezien het ontbreken van bewijs voor het milieugevolg sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlastelegging. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank 's-Gravenhage op 19 december 2011.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken omdat niet bewezen kon worden dat de asbestverwijdering nadelige milieugevolgen had veroorzaakt of kon veroorzaken.