ECLI:NL:RBSGR:2011:BU6138
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke uitspraak over beëindiging opvang asielzoeker door COA
Eiser, een asielzoeker van Eritrese nationaliteit, verzocht het COA om de opvang te continueren nadat het COA de opvang wilde beëindigen vanwege het verstrijken van de vertrektermijn na afwijzing van zijn asielaanvraag. Verweerder wees dit verzoek af, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank.
De kern van het geschil betrof de uitleg van artikel 5, eerste lid, onder b, van de Regeling voorziening asielzoekers (Rva) 2005, waarin staat dat het recht op opvang eindigt nadat de vertrektermijn is verstreken, tenzij een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening binnen die termijn is ingediend. Verweerder stelde dat het recht op opvang na de vertrektermijn niet meer bestond, mede vanwege de inwerkingtreding van de algemene asielprocedure in 2010.
De rechtbank oordeelde dat de weglating van haakjes rond het woord 'hoger' in artikel 5 Rva Pro 2005 een kennelijke verschrijving is en dat het recht op opvang niet beperkt kan worden tot alleen verzoeken binnen de vertrektermijn. Hierdoor heeft het COA geen grondslag om de opvang te beëindigen. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot beëindiging van de opvang en bepaalt dat het COA opnieuw moet beslissen met inachtneming van deze uitspraak.