ECLI:NL:RBSGR:2011:BU4868
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Meeder
- D. Biever
- G.F. van der Linden-Burgers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige wegens onvoldoende bewijs wezenlijk Nederlands belang
Eiser, een Turkse vreemdeling, vroeg op 26 februari 2010 een verblijfsvergunning aan als zelfstandige. Verweerder wees de aanvraag op 22 juni 2010 af wegens het ontbreken van een geldige mvv en onvoldoende bewijs dat de bedrijfsactiviteiten een wezenlijk Nederlands belang dienden. Eiser stelde bezwaar en beroep in, waarbij hij een ondernemingsplan overlegde.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de aanvraag inhoudelijk en redelijk heeft beoordeeld op basis van summiere stukken, waaronder een KvK-uittreksel en winst- en verliesoverzichten. Het overgelegde ondernemingsplan in beroep was niet relevant omdat het betrekking had op een andere onderneming dan waarvoor de aanvraag was ingediend.
De rechtbank verwierp het standpunt van eiser dat het overleggen van een ondernemingsplan in strijd zou zijn met de standstill-bepaling uit het Aanvullend Protocol tussen de EU en Turkije. Ook het mvv-vereiste werd niet als strijdig met deze bepaling gezien, omdat verweerder de aanvraag inhoudelijk had getoetst.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning als zelfstandige wordt ongegrond verklaard.